Doelgroep

Onze doelgroep bestaat uit patiënten met symptomen van insufficiëntie van het centraal zenuwstelsel (CZS).
Hiertoe behoort het kind of de jongvolwassene met C.P., verworven hersenletsel (NAH), leermoeilijkheden, een autismespectrumstoornis, ADHD, Downsyndroom, mentale retardatie, communicatiestoornissen.

Heel wat van onze gezinnen kregen geen diagnose en soms blijft het bij vage gissingen omtrent de toekomst van hun kind. Ouders en familieleden stellen zich heel wat vragen: “Zal hij/zij later kunnen lopen, zal hij/zij slecht kunnen spreken of misschien weinig of geheel niet…? Wat zal zijn mentale achterstand zijn?”.

“Bij Pieter zien we een globale achterstand en tegelijkertijd een toestand van angst die steeds erger wordt. Als hij ’s nachts weende, konden wij hem niet troosten. Het isolement bleef aanhouden en werd zelfs groter. De communicatie tussen hem en ons verminderde van dag tot dag Het contact leek ons te ontglippen.”

“Nadat Sam zijn eerste woordjes had gesproken toen hij 1 jaar oud was, begon het met hem minder goed te gaan. Nieuwe vaardigheden aanleren ging steeds moeilijker, zelf die hij al onder de knie had, gingen stiekem verloren. Sam begon te fladderen, eindeloos rondjes te draaien, hij stopte met imiteren en spelen en had angst voor nieuwe dingen.”

“Omdat de stimuli van haar omgeving zo bedreigend waren voor Ilse, had ze er geen belang bij de omgeving te ontdekken en verkoos ze in haar eentje video’s te bekijken. Vergeleken met een gemiddeld kind kwam Ilse niet tot dezelfde motorische of zintuiglijke gewaarwordingen. Hierdoor was haar ontwikkeling en leren veel te traag.”

Kinderen die druk of ongeconcentreerd zijn, komen geregeld in de problemen. Begeleiders, hulpverleners en ouders hebben vaak het idee dat kinderen een bewuste cognitieve beheersing hebben over hun gedrag. Als een kind ongeconcentreerd is zeggen we bijvoorbeeld: “Kris wil gewoon niet opletten”. Toch wil hij best opletten, maar kan hij het niet. Al doet hij nog zo zijn best, het lukt hem gewoon niet.

Wij merken dat heel wat van deze kinderen sensorische moeilijkheden vertonen. De zintuigen helpen het kind niet zijn omgeving te begrijpen, maar werken juist tegen. Deze sensorische moeilijkheden staan dan de motorische en cognitieve ontwikkeling in de weg en veroorzaken hierdoor vertraging.